Speursnavels

Voel jij je de afgelopen maand ook zo bekeken in de Utrechtse binnenstad? Dat kan kloppen. Er is hier een vreemde vogel neergestreken; de zogenaamde cameravogel. Overal en nergens houden deze beesten onschuldige burgers in de smiezen.

Het lijkt erop dat de vogels een ware plaag beginnen te worden in de binnenstad. Onder andere op Vredenburg, Ledig Erf en uiteraard bij de Dom bespieden ze Jan en alleman. En ze duiken op steeds meer plaatsen op, want in het immer drukke Utrecht hebben ze natuurlijk een hoop in de gaten te houden. Maar hoe raken die vogels hier verzeild?

Aandacht
HKU’ers Thomas voor ’t Hekke en Bas van Oerle zijn het brein achter het mysterie. Het is hun afstudeerproject voor de richting Digital Media Design en willen hiermee aandacht vragen voor het grote aantal beveiligingscamera’s in de Utrechtse binnenstad. Thomas: “Het valt mensen niet eens meer op, ze zien het als iets normaals. Met dit project willen we juist laten zien dat het niet normaal is dat er constant inbreuk op je privacy wordt gemaakt.”

Nakraaien
Dat wij burgers niet doorhebben hoeveel we in de gaten worden gehouden, komt omdat niemand omhoog kijkt. Thomas: “Door de aandacht te trekken met onze cameravogels hopen we dat mensen meer omhoog kijken en ook de echte camera’s zien. Een aantal van de cameravogels valt nog niet genoeg op, dus daar moeten we een oplossing voor zien te vinden. Bijvoorbeeld door ze geluid te laten maken als er iemand langskomt.” Kijk dus niet raar op als je binnenkort een keer nagekraaid wordt als je door de stad loopt.

“Het zal wel kunst zijn”
De twee HKU’ers hebben al heel wat uurtjes in het project zitten. Zo moesten de koppen van de nepmeeuwen en –kraaien op lugubere wijze afgezaagd worden om ruimte te maken voor camera’s. Het plaatsen van de vogels was ook een tijdrovende klus, maar gelukkig maakten de reacties van mensen een hoop goed. Thomas: “De mooiste was “het zal wel kunst zijn”.”

En kunst is het zeker, want van 19 tot 30 mei exposeren Thomas en Bas in het Centrum voor Beeldende Kunst Utrecht (CBKU) met hun project. Exclusief voor deze expositie hebben ze een cameravogel met twee jongen in een kooi gezet. “De beelden die deze vogel opneemt, kun je zien op een klein tv’tje waar haar kuikens naar kijken. Zo worden de kleintjes gevoed met beelden van bezoekers”, aldus Thomas. “Eind juni wordt er ook nog op het HKU fruitfest geëxposeerd en daarna nemen we de kooi met vogel en al mee de stad in, zodat iedereen die langsloopt zichzelf terug kan zien op het kleine tv’tje.”

Vooralsnog is deze expositievogel dus de enige die daadwerkelijk mensen kan filmen. Wees daarom niet bang dat je in de stad nog vaker ongewild in de gaten wordt gehouden dan al gebeurde door de alom aanwezige bewakingscamera. Kijk juist gerust eens wat vaker omhoog, want wie weet spot jij zomaar de bijzondere cameravogel.


Spotten?
De vogels zijn te vinden door de hele binnenstad van Utrecht, bijvoorbeeld op het Ledig Erf, de Donkere Gaard, Vinkenburgstraat, Vredenburg en de Mariaplaats.

Wil je zien hoe een moedervogel haar jongen voedt met beelden van bezoekers? Bezoek dan tussen 19 en 30 mei gratis de tentoonstelling in het CBKU.


> Lees dit artikel ook op SAPsite

Jon Allen = net als vroeger

Voor je hedendaagse portie oldskool rock a la The Eagles hoef je heus geen oude stoffige plaat uit de kast te trekken. Jon Allen is hier om je moderne oor te pleasen met zijn rauwe geluid.

Links en rechts staan bezoekers die je vader en moeder hadden kunnen zijn. Voor en achter mensen van in de twintig en helemaal vooraan (zo blijkt na afloop van het concert) zelfs kinderen. Het is duidelijk; Jon Allen is voor alle leeftijden.

Hoog 70s gehalte
Het geluid van Allen ligt dan ook goed in het gehoor. Zijn stem is ietwat schor, zijn melodietjes soms vrolijk, soms droevig en af en toe pakt hij er een elektrische gitaar bij voor net dat beetje extra. En live blijkt nog meer waarom de vijftigplussers deze avond ruimschoots aanwezig zijn: Jon Allen klinkt als The Eagles, heeft de stem van Rod Steward en de looks van een Beatle.

Onzeker
De goedgemutste Engelsman bracht vorig jaar zijn eerste album ‘Dead Mans Suit’ uit. Het kostte hem tien jaar om de nummers voor het album te schrijven, naar eigen zeggen omdat hij erg onzeker is over zijn schrijverskwaliteiten. Hij studeerde af aan de ‘Liverpool Institute of Performing Arts’, mede opgericht door oud-Beatle Paul McCartney. McCartney sprak hem moed in en gaf de complimenten die Allen nodig had om die laatste stap naar het echte succes te durven zetten.

Sympathiek
Deze avond komen alle twaalf nummers van het album voorbij, plus een paar extraatjes (een nieuw nummer en een paar tracks die niet op het album staan). Tussendoor houdt hij het publiek bij de les met een paar droge grapjes. Sympathiek is het juiste woord voor deze linkshandige singer-songwriter.

Andermans geluid
Tot zover scoort Jon een dikke 8. Maar toch is er iets dat het cijfer een puntje omlaag trekt. Jon heeft namelijk niet echt een eigen geluid. Zo doet de zangmelodie in ‘Happy Now’ ergens aan ‘Living On My own’ van Freddy Mercury denken en waan je je tijdens ‘Down By The River’ bij een concert van The Eagles. Echt origineel is Jon dus niet, maar hij komt er aardig mee weg. Het “ouwelullenrock-gehalte” wordt gecompenseerd door de kippenvelmomentjes tijdens ‘Sleeping Soul’ en ‘Going Home’.

Hopelijk hoeven we niet tien jaar te wachten op het volgende album.

Jon Allen speelde 2 april in Tivoli de Helling

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Dubstep is dood: leve de dubstep! – Interview met Bastiaan Verhage van Eat This Media

Utrecht barst van het talent, ook op cultureel vlak. In ‘Gemoak in Utreg’ brengt SAPsite je bekende en minder bekende Utrechters die goed bezig zijn op het gebied van theater, film, expo, events, literatuur of muziek. In deze aflevering Bastiaan Verhage, voorzitter van Eat This Media. Eat This Media organiseert om de drie maanden de Dubstep a Gogo-feesten in Theater Kikker.

“Dubstep is dood”. Dat is een boude uitspraak voor iemand die om de drie maanden een Dubstep a GoGo-feestje in Theater Kikker organiseert. “Maar…”, voegt Bastiaan eraan toe, “dat is juist ook wel weer spannend. Want dat betekent dat er een nieuw geluid binnen de dubstep aan het ontstaan is.”

Dubstep ontstaat begin 2001 in het zuiden van Londen en is herkenbaar aan de wapperende bassen en de stuiterende beats. “Bij dubstep gaat het om de fysieke beleving, de bas dringt door je hele lichaam en dat maakt het ook juist zo dansbaar”, vertelt Bastiaan. Ook in de rest van Engeland raakt het genre snel populair in de undergroundscene. In Bristol bijvoorbeeld, waar de wat meer experimentele dubstep vandaan komt.

Volgens Bastiaan is de dubstep zoals die begin deze eeuw in Londen ontstond een beetje op zijn retour. “Je ziet nu veel meer dat het samensmelt met techno. Een soort cross-over dus.” En dat spannende, dat is juist wat Eat This Media zoekt. “Het is zo makkelijk om een dubstepfeest te organiseren met de grote namen als Benga, Rusko en Caspa. Dan weet je toch wel dat het uitverkoopt en het dak eraf gaat.” Maar die makkelijke weg is niet voor Eat This Media weggelegd: “Wij zoeken meer naar het experimentele.”

Experimenteel Utrecht
Dat Utrecht ook voor die experimentele route openstaat, blijkt uit het feit dat Dubstep a GoGo al sinds 2007 een succes is. In het begin organiseerde Eat This Media een paar keer per jaar een feest, maar toen Theater Kikker besloot dat er elke maand een clubavond (‘Klub Kikker’) moest komen ging Bastiaan samenwerken met 030303 en 360° Soundsystem (van Nuno dos Santos en Pitto). De drie organiseren om de beurt een maandelijks feest. “Kikker is een geweldige zaal om feestjes in te organiseren”, vertelt Bastiaan. “Er kunnen 350 man in, het geluidsysteem is heel goed en de akoestiek ook. Je kan er gave dingen doen.” Maar met een mooie zaal en een goed idee ben je er nog niet. Het publiek moet ook openstaan voor nieuwe dingen. Volgens Bastiaan ben je in Utrecht daarvoor op het juiste adres. “Het Utrechtse muziekklimaat leent zich perfect voor het uittesten van nieuwe dingen. Het publiek is open en nieuwsgierig. En er zijn geen torenhoge verwachtingen. In Amsterdam verwachten ze van je dat je de grote namen op het podium zet, maar het publiek in Utrecht niet. Je kan hier bij wijze van spreken een dubstepavond organiseren zonder dubstep te draaien. Als de sfeer maar goed is. Utrecht is alternatiever en dat maakt het cultureel gezien een van de leukste steden van Nederland.”

Vette dubstep
Utrecht, Rotterdam en Amsterdam waren de eerste drie steden in Nederland waar dubstepfeesten werden georganiseerd. Amsterdam koos voor de commerciële route, Utrecht en Rotterdam sloegen de experimentele weg in. Maar dat betekent niet dat deze twee steden samenwerken. “We zijn absoluut concurrenten”, zegt Bastiaan. “Als zij een vette naam hebben ga ik hier in Utrecht een nog veel vetter programma neerzetten en ze totaal wegblazen.” Voorwaarde blijft wel dat de artiesten die komen draaien niet mainstream zijn. “Benga hebben we in 2007 gevraagd om te komen, toen hij nog niet zo groot was. Dat ging uiteindelijk helaas niet door. Maar onlangs vroeg een zaal buiten Utrecht of we Benga neer konden zetten op een Dubstep a GoGo-avond. Daar hebben we nee op gezegd. Ten eerste omdat hij niet te betalen is, maar ook omdat het niet bij onze doelstelling past. We willen gewoon vette dingen neerzetten die we thuis ook zouden draaien. En ik draai thuis geen Benga.”

Van underground naar mainstream
Dubstep is inmiddels behoorlijk ingeburgerd geraakt. De doordringende bas en het typische ritme hoor je in heel veel nummers van deze tijd. Het is zelfs zo dat dankzij de dubstep een heleboel zalen nieuwe geluidssystemen hebben aangeschaft omdat de bas anders niet goed uitkomt. Maar aan de dubsteppionier die Bastiaan is, is dat mainstreamgedoe niet zo besteed. Hij heeft zelfs besloten dat hij na de komende Dubstep a GoGo op 6 maart stopt met de feestjes te organiseren. “Eerst was het elektro dat ik in de gaten moest houden en nu de dubstep. Ik ben er wel een beetje klaar mee. Ik wil mijn eigen ding gaan opzetten en me meer concentreren op luistermuziek.”

Dat betekent gelukkig niet dat daarmee een eind komt aan de feestjes in Theater Kikker. Die zullen gewoon door blijven gaan. En stiekem blijft Bastiaan de ontwikkelingen in de muziek ook wel in de gaten houden. “Het volgende wat heel groot gaat worden is de future garage en de dubtechno.” Dat je het vast weet.

> Lees dit artikel ook op SAPsite

De gevoelige snaar van Fink

Fink houdt van Nederland en wij houden van Fink. Want wie zou ons anders moeten verblijden met een warme, donkere stem en mooie, ietwat rauwe gitaarliedjes.

De kruk staat klaar, de gitaren staan klaar, het drumstel staat er glanzend bij. Een uitverkocht Tivoli de Helling wacht in spanning op Fin Greenall, alias Fink. Als hij live net zo betoverend is als op zijn albums, belooft het een mooie avond te worden. Tijdens supportact Awkward i  en het ombouwen daarna wisselt het publiek nog even uitgebreid de laatste nieuwtjes uit, maar zodra de Britse singer-songwriter het podium betreedt is het zo stil dat je een bierglas kan horen vallen.

Opwarmertje
‘Eerst een liedje om op te warmen’, zegt Fink. Hij en drummer Tim Thornton gaan er goed voor zitten en ze zetten Maker in. Een rustig nummer, maar na het eerste nummer wordt de kruk naar achteren geschoven en dan komt ook bassist Guy Whittaker het podium op. Het is duidelijk dat de drie bebaarde mannen het naar hun zin hebben op het podium. ‘Wie wil er nou geen baan waarbij je kan drinken en blowen onder werktijd, grapt Fink.

Zijn wedergeboorte als singer-songwriter
Fink heeft een verleden als dj en producer, en dat is in een aantal nummers duidelijk hoorbaar door het gebruik van breakbeats. Tot vijf jaar geleden was gitaarspelen alleen een hobby voor Greenall, maar plots kreeg hij een artistieke wedergeboorte en besloot zich op het singer-songwriterschap te storten. De eerste in zijn soort bij het label Ninja Tune. Een goede keus, want als je zo makkelijk het ritme kan trommelen op je klankkast en tegelijkertijd Pretty Little Thing kan tokkelen kan je wel stellen dat hij de skills heeft. Dankzij de triphop-achtige klanken hebben sommige nummers als Blueberry Pancaces en Make it Good wel iets weg van Massive Attack. Misschien een graantje meegepikt toen hij als supportact met ze op tournee was.

Het optreden in De Helling was de eerste van een drietal optredens in Nederland. Donderdag stond hij in Groningen en vrijdag in Deventer. Als je de beste man nog live wil zien dit jaar kan je in april naar Motel Mozaique in Rotterdam of naar Het Patronaat in Haarlem. Daarna gaat hij er even tussenuit om op creatieve krachten te komen en aan een nieuw album te werken.

Een optreden bezoeken is zeker de moeite waard, want de volle anderhalf uur lang blijft Fink boeien. Na afloop zindert de zaal nog even na. Het is duidelijk: Utrecht was blij dat ze erbij was. En Fink was blij dat hij in Utrecht was.

Fink stond op 10 februari 2010 in Tivoli de Helling

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Filmrecensie ‘Where the Wild Things are’

Max is negen jaar en voelt zich niet gelukkig thuis. Hij heeft geen vriendjes, zijn zus laat zomaar haar vrienden zijn iglo slopen en zijn moeder stuurt hem zonder eten naar bed. Had hij het maar voor het zeggen…

Iedereen die het gelijknamige boek Where the Wild Things are uit 1963 van Maurice Sendak kent, weet wat er gaat komen. Max loopt weg en zeilt in zijn uppie naar een eiland. Dat eiland wordt bewoond door een groepje ongelukkige monsters die twijfelen of ze hem moeten verslinden of niet. Als Max vertelt dat hij koning is geweest, zien de beesten hun kans. Ze kronen hem tot hun opperhoofd. Aan Max de taak om de monsters weer dichter bij elkaar te brengen.

wildthings_art_01

Vrijheid
Het boek uit de jaren ’60 telt niet meer dan tien zinnen. En dat gaf regisseur Spike Jonze (Adaptation, Being John Malkovich en bedenker van Jackass) zowel vrijheid als een zware opgave. Maar, zo zegt hij in de Filmkrant: ‘Toen ik ontdekte dat de Wild Things eigenlijk gedachten en gevoelens zijn, wist ik hoe ik de film moest maken.’

Artistiek verantwoord
Where the Wild Things are kreeg automatisch het stempel ‘jeugdfilm’, want het boek was destijds ook voor kinderen bedoeld. De film is geproduceerd door Warner Bros, bekend van jeugdfilms als Harry Potter en Pokémon. Even was er de angst dat Wild Things niet uit de kosten zou komen omdat het publiek zoiets artistieks niet zou kunnen waarderen. Maar niets is minder waar en van alle kanten wordt Jonze geprezen om zijn subtiele kunstwerk. De monsters zijn gemaakt door Jim Henson’s Creature Shop, de man achter de Muppets en Sesamstraat. Ze zijn groot en, toegegeven, niet overdreven aaibaar, maar hebben toch een menselijke uitstraling dankzij hun gezichtsexpressie en goed bijpassende stemmen.

wildthings_art_02

De film is een versmelting van fantasie en werkelijkheid en kent subtiele overgangen van wilde ren- en vechtscènes naar rustige stukken met meer diepgang. De shots hebben een prachtige compositie en de cameravoering (handheld en schokkerig) geeft goed weer hoe chaotisch het er in het fantasierijke hoofd van Max aan toe gaat. Toch is het einde niet heel bevredigend, want is het Max nou wel of niet gelukt om de monsters gelukkiger te maken?

De soundtrack van de film werd overigens opgenomen door Karen O., zangeres van de Yeah, Yeah, Yeahs en ex-vriendin van Spike Jonze.

> Lees dit artikel ook op SAPsite

RNDZVS!

Oeh I wonder…”, galmt het uit de luidsprekers. Het is de soundtrack van de lustrumvoorstelling ter ere van 15 jaar Parnassos. Witgeschminkte meisjes met tutu’s en rode pruiken trippelen door het publiek en duwen willekeurige mensen een lolly voor de neus. Ongemakkelijk kijken zij de roodharige poppen aan, twijfelend of ze het snoepje aan zullen nemen. De toon is gezet: ongemakkelijke ontmoetingen blijken het thema van de avond.
Vier avonden achter elkaar speelt een grote groep toneelspelers verschillende stukjes verspreid door het hele gebouw van Parnassos aan de Kruisstraat. Bij binnenkomst worden de bezoekers ingedeeld in groepen met namen als ‘Strak in Pak’, ‘Glamourpoes’ enRNDZVS!‘Error’ en voor je het weet schuifel je twee uur lang met een groepje onbekenden door het gebouw.
Ambtenaren in het toilet
In totaal krijg je zes stukjes van ongeveer een kwartier te zien. Het soort locatie verschilt sterk; van de hal naar de wc en via de zolder naar de tuin en de fietsenkelder. Elk decor heeft weer zo zijn voordelen voor het spel. Zo worden de wc-deuren in het stukje (ont)moeten gebruikt als gemeenteloket. Strenge ambtenaren met blonde pruiken verwijzen de toeschouwers constant door en klappen de deur voor je neus dicht. Ze zijn goed op elkaar ingespeeld, zo’n scene staat of valt immers met goede timing. En die is goed. Bovendien houden ze hun gezicht strak in de plooi. Drie maanden lang wekelijks oefenen werpt zijn vruchten af.

Verwarrende boodschap
Het lijkt erop dat de toneelspelers ons willen laten inzien hoe moeilijk we het onszelf kunnen maken bij sommige ontmoetingen. Stel je komt de man van je dromen tegen in het fietsenhok, wat doe je dan? Je denkt: ‘Jemig, wat ben jij heerlijk, met jou wil ik de rest van mijn leven delen’, maar zegt: ‘Goh, lekker weertje hè, voor de tijd van het jaar?’. Zeg maar dag tegen je prins.

Stof tot nadenken dus. En denk maar niet dat de stukjes helderheid verschaffen. Vier van de zes keer wordt het publiek streng toegesproken of de zaal uitgejaagd, met als gevolg dat je verward achterblijft. Want het moet natuurlijk wel ongemakkelijk blijven.
> Lees dit artikel ook op SAPsite [Foto: Lenie Dorland]

Filmrecensie ‘A Film with Me in It’

Het zit Mark (Mark Doherty) allemaal niet mee. Zijn acteercarrière verloopt stroef, zijn vriendin wil bij hem weg en zijn huurhuis in Dublin valt van ellende uit elkaar. In plaats van zijn schouders eronder te zetten aanschouwt Mark de situatie met zijn treurige-honden-ogen. Het lijkt erop dat hij zijn sullige bestaan heeft geaccepteerd, niet wetende dat alles nog veel en veel erger kan. Vanaf het moment dat zijn vriendin Sally (Amy Huberman) de woorden ‘Tomorrow I’m leaving’ tegen hem uitspreekt barst het huis uit zijn voegen. Letterlijk.

filmwithme_art_01

Is het niet het krakende huis, dan is het wel de flikkerende lamp in de keuken of het rommelige interieur dat je een onbestemd gevoel geeft. Gedurende de hele film hangt er een spanning in de lucht. Gaan er nog meer doden vallen omdat Mark te slap was om het achterstallig onderhoud te doen? Door scheve camerastandpunten te gebruiken weet regisseur Ian Fitzgibbon de situatie nog chaotischer te presenteren.

Komische troosteloosheid?
Ondanks de troosteloze sfeer in de film, heeft de Ierse regisseur de film komisch bedoeld. Toch ligt het tempo in de film te laag om elke grap goed uit de verf te laten komen. Dit heeft vooral te maken met de weinig doortastende houding van hoofdrolspeler Mark. Gelukkig weet vriend en huisgenoot Pierce (Dylan Moran) een paar immorele oplossingen te bedenken die ze uiteindelijk zelfs naar het succes helpen.

filmwithme_art_02

Je kan je afvragen wie er in staat is om een film te bedenken waarin binnen vier minuten vier doden vallen in hetzelfde huis door stom ongeluk. Dat is inderdaad hoofdrolspeler Mark Doherty zelf. De film vertoont dan ook een aantal autobiografische kenmerken. ‘Zo is David, die in de film Marks invalide broer speelt, ook echt zijn broer. Dylan Moran is echt een goede vriend van hem en de regisseur bij wie hij in de eerste scène auditie doet, heeft hem in het echte leven ook afgewezen’, vertelt Fitzgibbon.

Een geboren loser
Minder autobiografisch is het personage dat Doherty speelt. In de film bestempelt hij zichzelf als een geboren loser, maar in het echte leven heeft hij toch wel eens succes. Halverwege de jaren ’90 was hij stand-upper in Ierland, Engeland en Schotland, waarvoor hij zelfs een prijs kreeg. Ook was hij genomineerd voor Beste Scriptschrijver voor ‘A Film with Me in It’ tijdens de Irish Film and Television Awards 2009. Al past het dan stiekem toch wel weer bij zijn personage dat hij net niet met de winst naar huis ging.

> Lees dit artikel ook op SAPsite