Mr. Love and the Stallions: “We zijn klaar voor Nederland”

Ze zitten middenin de opnames voor hun nieuwe clip Radio 4AM, maar een interview kan wel even tussendoor. In de zelfgedoopte Mr. Love & The Stallions-base aan de Minrebroederstraat spreekt Sapsite met zanger Bas van de Looy (31), gitarist Remco van de Looy (34) en bassist Max Faulkner (25).

Hard gefeest hebben ze, de vijf heren van Mr. Love & The Stallions, toen hun derde plaat Playgrounds werd uitgebracht. In april was de releaseparty in EKKO. “We waren heel blij dat we eindelijk onze nieuwe liedjes konden spelen. Het duurde best lang voordat we de boel weer bij elkaar hadden, tussen deze en onze vorige plaat zat vier jaar”, legt zanger Bas uit. “We waren zo druk met de vorige plaat promoten dat we vergaten om nieuwe liedjes te schrijven.”

Utrechters met een zachte ‘g’
De zachte ‘g’ van de Van de Looytjes verraadt dat de oorsprong niet echt in Utrecht ligt. Eindhoven is de plek waar het allemaal begon. Dat was de stad waar zanger Bas en drummer Lou Swinkels destijds “een potje noise” maakten op hun studentenkamertje. Al snel kwam neef Remco erbij en werd op een feestje violist Einar Ihle gescoord. Bas: “Ik nam hem onder mijn arm mee naar Remco en riep ‘kijk, we hebben er één!’. We waren toen helemaal fan van dEUS, dus moesten we ook een violist. De volgende dag kwam hij repeteren en zat hij in de band.”

De Utrechtse scene
In de zes jaar die volgden, verhuisde iedereen naar Utrecht. Ze voelen zich hier thuis. “Er is veel talent hier, de muziekcultuur is heel tof. Iedereen kent iedereen, dat zorgt voor leuke samenwerkingsprojecten. Ik denk ook dat we wat beter in de Utrechtse scene passen dan in die van Eindhoven, want daar komt meer de stevige rock ’n roll vandaan”, zegt Bas die in zijn vrije tijd graag naar de 3voor12-avonden in dB’s gaat om nieuw talent te checken.

Een bassende Brit
Maar ondanks dat ze het met z’n vieren goed voor elkaar hadden (Grote Prijs voor ‘meest vernieuwende band’, twee albums en een deuntje onder een theereclame), miste er iets: een bassist. Twee jaar geleden kwam Max in beeld, de bassende Brit die voor zijn zwangere Nederlandse vriendin naar Utrecht was verhuisd. Max: “Via Thom Rutherford, de zoon van Genesis-gitarist Mike Rutherford, kwam ik in contact met iemand die deze jongens weer kende. Het is echt op de ons-kent-ons-manier gegaan.” Bas vult aan: “De auditie ging lekker soepel, Max was een echte gangmaker en hij bleek ook nog eens heel goed te zijn. En dat hij Brits is, is voor mij ook heel handig, want hij kan mooi de teksten checken op grammatica.”

Keerpunt
Drie vliegen in één klap dus. Eigenlijk zelfs vier, want Max bleek een keerpunt in de sound van de band. “Max grooved als een gek. Dat heeft invloed gehad op ons geluid. Het is nieuw, strakker, funkier. Als ik de muziek die we maken zou moeten omschrijven zou het zoiets zijn als vrolijk, levenslustig en rock ’n roll met een snufje experiment”, aldus Remco. Bas noemt Walk In The Park en Score For A Roadmovie als twee nummers op de nieuwe plaat die kenmerkend zijn voor de “geëvolueerde sound”.

Varkensschuur
Omdat de band na de tweede plaat besloot zonder hun management door te gaan, namen ze de nieuwe plaat in eigen beheer op. Dat betekent natuurlijk dat je alles lekker zelf kunt beslissen, maar ook dat je niet de beschikking hebt over allerlei blitse opnamestudio’s. En dus werd de plaat deels opgenomen in de varkensschuur in Son en Breugel, bij de pa en ma van de drummer. De rest werd opgenomen in het Mr. Love & The Stallions-honk in Utrecht en door violist Einar geproduceerd. Eind april werd bovendien het contract met V2 getekend, wat ervoor moet zorgen dat ook het nodige aan promotie wordt gedaan. “Daar lieten wij het namelijk een beetje liggen”, zegt Remco. “Dat we nu een partij hebben die echt voor ons aan de slag gaat, zou wel wat meer aandacht op moeten leveren.

Klaar voor Nederland
Want tja, de band bestaat dit jaar op de kop af een decennium en na al die tijd zijn ze nog niet zo bekend als plaatsgenoten GEM of Urban Dance Squad. Het kan ze eigenlijk niet schelen ook. Bas: “We zijn niet zo wijdverspreid, maar we krijgen veel complimenten van de mensen die wel naar ons luisteren. En dat is wat mij betreft ook een succes.” Zijn neef vult aan: “Natuurlijk is groot worden wel onze ambitie, maar het moet wel passen. Ik denk dat deze plaat deuren gaat openen, we zijn er in elk geval klaar voor. Elke dag muziek maken en touren, ja daar kan ik wel vrolijk van worden als dat mijn werk zou zijn.”

> Lees dit interview ook op SAPsite

Kamperen was nog nooit zo leuk | Happy Camper

Haringen die de grond niet in willen, dagenlang regen en kou, een lek luchtbed. Heb je een hekel aan kamperen? Probeer dan eens Happy Camper. Vrolijkheid gegarandeerd.

Job Roggeveen, toetsenist bij El Pino & The Volunteers en geestelijk vader van Happy Camper, lijkt het haast niet te kunnen geloven. Een uitverkocht Tivoli de Helling staat popelend te wachten op de show. Zíjn show, want als hij niet alle liedjes had geschreven, daar elf Nederlandse zangers- en zangeressen bij had gezocht en de vertederende yeti genaamd Manfred had bedacht, had deze magische avond nooit plaatsgevonden.

Muziek en animatie
Het idee voor een album vol popliedjes met warme, vrolijke, aanstekelijke (film)muziek kwam drie jaar geleden in Roggeveen op. En aangezien hij zelf ook een animatiestudio heeft, moest er ook goed nagedacht worden over de visuele kant van het verhaal.

Elftal zangers & zangeressen
De liedjes waren af, nu nog elf artiesten en een yeti en Happy Camper was born. Een deel van de zangers komt net als Roggeveen uit huize Excelsior (Marien Dorleijn van Moss, Tim Knol, zijn collega’s Appel en David Pino), maar ook Janne Schra, Blaudzun, Leine, Odilo Girod, Ricky Koole, Helge Slikker en Bauke Zoete van The Kevin Costners zijn van de partij. Elf namen waar Roggeveen zichtbaar blij mee is. Andersom is dit elftal net zo blij met Happy Camper. De sfeer is dan ook uiterst collegiaal: Job krijgt alle credits en elke zanger kondigt lovend de volgende aan.

Heeft iemand een huis voor mij?
Door de afwisselende bezetting wordt de revue nooit saai. Er worden grapjes gemaakt (Janne Schra doet even een oproepje voor een woning in Utrecht, er komt spontaan een aanbod uit de zaal), de sfeer is haast huiselijk. Uiteraard zijn er een paar artiesten die er echt uitspringen, waaronder de bescheiden maar groovy Janne Schra, de swingende Bauke Zoete en emotievolle Blaudzun. Tim Knol kon helaas niet naar de camping komen en werd vervangen door Case Mayfield, die ook het voorprogramma verzorgde. Het publiek lijkt het niet te deren, Case wordt met luid applaus onthaald en als klarinettist Edward Capel aan het einde van het nummer even zijn moment pakt kan ook hij op luid gejoel rekenen.

Badmintonheld Manfred
In het lijstje met uitblinkers mag Manfred natuurlijk ook niet ontbreken. De yeti weet de zaal halverwege de show met een hilarisch campingtafereel te animeren. De spanning wordt perfect opgevoerd door live piano-ondersteuning van Roggeveen, die aan het eind van de avond als toegift ook nog zelf een nummer zingt onder het mom “iedereen zingt mijn liedjes, dan zing ik er zelf ook een”.
De avond wordt afgesloten met een diepe gezamenlijke buiging, zoals dat vroeger ook ging als je de schoolmusical had gespeeld. Een welverdiend applaus klinkt. Happy Camper is het warme zonnetje na een nacht rillen in je tentje. De haring die zo de grond in glijdt. Een nieuw record bij een potje badminton.

Happy Camper speelde vrijdag 20 mei in Tivoli de Helling

Wil je Roggeveen en cornuiten zelf ook een keer live zien? Dat kan! Op zondagmiddag 7 augustus geven ze een gratis concert in het Vondelpark en op 21 augustus spelen ze op Lowlands.

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Tussen Kunst en Kip | Stalles

Even over de gele brug bij de Douwe Egberts-fabriek kun je het zien liggen: stadserf Rood|Noot. Aan alle zijden omgeven door (snel)wegen en dus letterlijk een eiland vol kunst en kippen. De boerderij is een monument dat sinds 2005 door het leven gaat als ‘culturele pleisterplaats’. Kunstenaars kunnen er hun intrek nemen en zich laten inspireren door het boer’nleven middenin de stad. Zo ook de kunstenaars van het project Stalles.


Geïnspireerd door de boerderij

“Ik heb ze gevraagd naar deze plek te komen en een kunstwerk te maken dat is geïnspireerd door deze boerderij”, aldus Mieke van Oorschot. Ze is verantwoordelijk voor de organisatie en het programma. Sinds juni vorig jaar is ze bezig met het opzetten van Stalles, een initiatief van ’t Hoogt en Rood|Noot. Het resultaat: elke vrijdag, zaterdag en zondag (behalve 29 en 30 april) kun je langskomen voor een rondje over het erf, een expositie, filmavond, muziek of een hapje komen eten. Klinkt ongedwongen en een bezoekje leert dat dit ook zo is.


Laat je vervogelen

Op het erf vind je verschillende installaties, schapen, films, kippen of beeldende kunstwerken. Zo kun je je in het vogelhuisje van Thijs-“ik-heb-altijd-al-een-vogel-willen-zijn”-van Vuure laten vervogelen. “Ik ben altijd al geïntrigeerd geweest door vogels”, legt hij uit. “Wat ik bijzonder vind, is dat ze zo’n tien keer sneller leven dan wij mensen. Hun hart klopt sneller, ze lopen sneller, dat soort dingen. Door hun zang tien keer te vertragen, probeer ik ze op ons menselijke tempo te krijgen.” In zijn vogelhuisje kun je de vertraagde zang van bijvoorbeeld de tjif tjaf of de merel nazingen. Daarna zie je jezelf tien keer versneld terug, en ben je vervogeld. “Als je het goed doet, klink je echt precies zoals een vogel”, glundert Thijs. Ik geloof dat ik nog een beetje moet oefenen, maar de vogel van mijn keuze (de merel) bleek stiekem ook een van de moeilijkste. “Je kunt beter met een tjif tjaf beginnen”, tipt Thijs.

Muzikaal en visueel schouwspel

Nog een mooie kunstinstallatie vind je in de grote schuur naast de boerderij. Wouter van Veldhoven heeft daar met onder andere oude gitaren, strijkstokken en touw een kunstwerk gebouwd dat uit zichzelf muziek maakt. Het is zowel een muzikaal als visueel schouwspel, dat laatste mede dankzij de rondscharrelende kippen.

Eigen avond

Naast deze ‘permanente’ installaties hebben alle kunstenaars ook iedere een eigen avond. Op vrijdag is er een speciaal programma in de deel met verhalen, documentaires, muziek en optredens. Zaterdagavond is filmavond. Deze bewuste (vrijdag)avond was het Annechien Meier, die in haar documentaire Borders in our Mind laat zien hoe in Cuba hele dakterrassen worden omgetoverd tot moestuinen dankzij permacultuur. De volgende dag zal ze tijdens een workshop laten zien hoe je in een trekkerband een micro-klimaat-moestuin kunt bouwen.

Rustig

Ondanks de ongedwongen sfeer en leuke kunstwerken is het nog vrij rustig bij Stalles. “Jammer”, vindt organisator Mieke, “want ik vind het erg goed gelukt”. Gelijk heeft ze. Een bezoekje aan Stalles is een ideale manier om het stadse leven om te ruilen voor een paar uur kunstig vertier. Gaat dat zien. En gelukkig laat Mieke zich niet uit het veld slaan. “Ik heb al genoeg namen van kunstenaars voor een Stalles 2.”

Stalles wordt georganiseerd door RoodNoot, ‘t Hoogt en de Vrede van Utrecht.

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Sol Lumen | Regenboogkunst over Utrecht

Hij kan je bijna niet zijn ontgaan: de regenbooglaser die eind maart over Utrecht prijkte. Ter ere van haar 375-jarige bestaan zette de Universiteit Utrecht een pot goud op de Uithof en de Dom. De hele week kon je elke avond mee met een stadswandeling om de laserstralen extra goed te bekijken.

Met foto’s van Merijn van der Vliet

Earth Hour

Een lichtkunstroute lopen tijdens Earth Hour is misschien niet het meest slimme wat je kunt doen. De laser is dan ook gedoofd tijdens het eerste half uur van de tour, maar gelukkig schitterde hij op het moment supreme: de hoogste verdieping van de Neudeflat.

Copyright Merijn van der Vliet

Kennis en cultuur

De regenboog, Sol Lumen, staat voor de sterke binding van kennis en cultuur tussen de universiteit en de stad. De geruchten gingen zelfs dat elk van de zeven stralen een faculteit representeerde. Het kunstwerk is gemaakt door Laserfabrik en was al eerder te bewonderen boven New York, Berlijn en Toulouse.

De keuze voor dit kunstwerk is logisch, want lichtkunst is de stad Utrecht niet vreemd. Al sinds vorig jaar april kun je in de binnenstad zomaar in de spotlights staan, bijvoorbeeld op de Bezembrug of bij de Janskerk. Dit allemaal dankzij het project Trajectum Lumen. Deze lichtkunstroute belicht het verleden en heden van de stad en is onder andere in het leven geroepen om toeristen te laten zien dat er ’s avonds ook genoeg te beleven is in Utrecht en ze niet allemaal naar Amsterdam moeten gaan.

Copyright Merijn van der Vliet, 2011

Trajectum Lumen duurt nog tot 2018, aldus de gids die ons zaterdag tijdens het eerste deel van de tour langs de Janskerk, de Sint Willibrorduskerk, de werf aan de Stadhuisbrug, de Bezembrug en de Buurkerkhof leidt. Deze kunstwerken waren gelukkig wel verlicht tijdens Earth Hour, omdat ze aangesloten zijn op de stadsverlichting. En ze zijn energiezuinig.

In totaal zijn er achttien plekken die uitgelicht worden. Je kan de route in je eentje lopen (tip: let dan op de spotlights op straat met daarin een pijl of een oogje, vanaf daar kun je het kunstwerk het beste zien) of elke zaterdagavond met een gids. De Neudeflat was alleen tijdens de laserstraal onderdeel van de tour. Jammer eigenlijk, want ook zonder de laserstraal is een uitzicht op ‘Utrecht by Night’ een lichtjeskunstwerk op zich.

Voor meer info kijk op www.trajectumlumen.nl

Bekijk meer foto’s van Merijn van der Vliet op zijn Facebook pagina “Donker Utrecht” of zijn fotocolumn in De Nieuwe Utrechter.

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Jamaica | Goedgemutst

Catchy electro-pop. Zo laat het geluid van duo Jamaica zich volgens Tivoli het beste omschrijven. Vorig jaar brachten de twee Fransozen hun debuutalbum uit met hulp van leden van Justice en Daft Punk. Dat moet een feestje worden, toch?

(c) Anne Verheul

Een internationaal getinte avond staat op het program in Tivoli de Helling. Eerst een tripje door de Benelux en later op de avond lekker swingen op Jamaica. Het voorprogramma brengt het publiek al goed in de stemming. De frontman lijkt besloten te hebben alles te geven die avond, iets wat de zaal wel kan waarderen. Hier en daar gaan de heupjes heen en weer en knikken hoofden mee. Of komt dat door de bas die zo hard staat dat je hele lichaam vanzelf meetrilt?

Na een aardig applaus wenst Benelux ons veel plezier met Jamaica. No problem, moet lukken! De cd staat vol vrolijke deuntjes, die zelfs op een doordeweekse dinsdagavond de voetjes van de vloer zouden moeten krijgen. De twee heren uit Parijs trappen af met ‘Cross The Fader’. Hoezo electro? Dit is gewoon rock, er komt geen synthesizer of drumcomputer aan te pas. Een gitaar, bas en een drumstel: meer heeft een simpel rockbandje niet nodig. En het publiek ook niet, ook al beginnen de nummers na verloop van tijd een beetje op elkaar te lijken.

(c) Anne Verheul

De gebeurtenissen op het podium houden de show ook niet echt spannend. Gelukkig maakt de vrolijke bui van zanger Antoine en bassist Florent veel goed, net als de welgemeende ‘dankjewel’ tussen de nummers door. Maar dan opeens als ze ‘Short and Entertaining’, één van de laatste nummers, inzetten gaat het los. Het publiek ontlaadt, iedereen die stond te popelen om een pit te bouwen gaat uit zijn dak. Dat gaat door tot ze de hit ‘I Think I Like U 2’ hebben gespeeld. Antoine vertrouwt zijn gitaar zelfs toe aan ene Vincent, die uit het publiek wordt getrokken om de akkoorden aan te slaan.

De laatste bruisende tien minuten maken veel goed en laten het publiek met een opgewekt gevoel achter. Helaas hebben de heren slechts één album en als je toch een toegift wilt spelen, moet je creatief zijn. “Jullie mogen kiezen. Of we spelen een cover, of we spelen nog een keer I Think I Like U 2”, zegt Antoine. Het wordt de cover. De eerste tonen van ‘Come As You Are’ worden aangeslagen, maar ze komen tot inkeer. “We zijn geen coverband!” De akkoorden gaan over in het vrolijke begin van optie B. Grapjassen. Ja, I think I like Jamaica.

(c) Anne Verheul

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Krach | Elektrorocken in je witte hemd

Vorig jaar veranderde With Ice hun bandnaam in Krach (www.derkrach.nl). Et voilá: ze werden Serious Talent, mochten spelen in De Wereld Draait Door en speelden twee keer opEurosonic Noorderslag. Om over de release van hun kersverse titelloze debuut nog maar te zwijgen. Om de plaat wat ‘krach’ bij te zetten, maken de vijf mannen een tour door Nederland en belandden ook in EKKO.

Ondanks de uitgebreide aandacht die de band op 3fm heeft gekregen, is de show niet uitverkocht. Eigenlijk onterecht, want je krijgt waar voor je geld. Ten eerste omdat je naast Krach ook nog Bombay Show Pig (ook in wit hemd!) als voorprogramma en Die Lui als ‘toegift’ krijgt. Maar vooral omdat Krach er zelf een feestje van maakt.

In uniform bestijgen de heren het podium en zetten de eerste tonen van ‘Hunger’ in. Een aanvankelijk rustig nummer dat uitmondt in een flinke portie elektrorock. De toon is gezet. Na een paar nummers, waaronder de hits ‘Do The Wave Now’ en ‘So I Do A Little Dance’, is het publiek flink opgewarmd en Krach begint er zelf ook van te zweten. De uniformen gaan uit en de set wordt vervolgd in witte hemden en bretels.

De combi van synthesizer, twee gitaren, bas, drums en de brulstem van Reinier van den Haak maakt dat de zaal haast te klein voelt. De sound zweeft ergens tussen de vette elektrobeats van Soulwax en de zware rock van De Staat (niet zo raar als je hulp hebt gehad van Torre Florim), met af en toe een vleugje stonerrock. De zaal geniet, er wordt gedanst en de ogen van de bandleden twinkelen. Ze hebben bewezen dat de fijne sound op het album live nog beter tot zijn recht komt.

Is het de goede sfeer of inmiddels een gewoonte? Bij het laatste nummer waagt Reinier bewapend met megafoon in elk geval een sprong in het publiek. De fanbase blijkt nog net iets te klein, want iedereen stapt netjes opzij. De zanger baant zijn weg door de zaal en als hij even later achterin op de bar staat, volgt een ongemakkelijke situatie: waar moet je kijken? Overal gebeurt wat.

De laatste tonen, die dankzij toetsenist David Hoogerheide inmiddels meer klinken als elektro dan rock, gaan vloeiend over in de dj-set van Die Lui. Speciaal door de band meegenomen om het publiek niet in stilte achter te laten. Stukje totaalervaring. En dat is de kracht van Krach.

> Lees dit artikel ook op Sapsite

Zo nieuwsgierig als heilige koeien

In India kijken ze van heel veel dingen niet zo raar op. Zo is het daar doodnormaal dat je met z’n vijven naast elkaar op een tweebaansweg dwars door een kudde koeien slingert, je duizenden mensen op je bruiloft uitnodigt en rijendik naast elkaar in de berm slaapt. Waar ze wél raar van opkijken zijn lange, blanke buitenlanders.

“Hello, which country?”, vraagt iemand. Mijn vriend en ik lopen over straat. Het kan overal in India geweest zijn, het is namelijk de standaard openingszin voor een Indiër die graag even wil kletsen. “Holland”, zeggen wij. “Ahaa, very long people in Holland! How tall are you?”. Standaard tweede zin. Ik weet zeker dat hij hierna gaat vragen of we getrouwd zijn. Mijn vriend (twee meter hoog) zegt hoe lang hij is. “Ah yes, long man, long life! You married?” Bingo.

Nieuwsgierig

In India hoef je niet om een praatje verlegen te zitten. Ze zijn namelijk zo nieuwsgierig als koeien, heilige koeien uiteraard. En ze verbergen het niet, of ze zijn er heel slecht in. Groepjes scholieren schuifelen giebelend achter je aan, anderen maken ‘stiekem’ een foto met hun mobieltje, of ze staren gewoon. Minutenlang zonder te knipperen, met alle risico’s van dien. Die ene riksja-chauffeur had beter vóór zich kunnen blijven kijken in plaats van naar ons, daar was die brommerrijder het vast ook mee eens.

Die constante aandacht is af en toe weliswaar een tikje irritant, maar het zette mij wel aan het denken. Hoe geïnteresseerd zijn we hier in Nederland nou nog in voorbijgangers? Een praatje met een wildvreemde maken doen we eigenlijk nooit, tenzij je de weg kwijt bent of wilt schelden op een gek in het verkeer.

Mensen die het wel proberen, verdenken we ervan dat ze iets van ons willen. Zelfs Indiërs valt het op. Zo vroeg kunststudent Kumar in Jaipur of hij ons mocht meenemen naar een mooi uitzichtpunt, uiteraard nadat hij eerst een kort praatje met ons had gemaakt. Hij zag er betrouwbaar uit, dus waagden we de ‘gok’. Hij was blij en vroeg aan ons waarom het toch altijd zo moeilijk is om Europeanen te overtuigen van zijn goede wil. Tja, waarom? Die openheid zijn we niet gewend. Op het uitzichtpunt kletsten we verder over de verschillen tussen Europa en India. Daarna dronken we de beste chai die we in India hebben geproefd.

Te goed van vertrouwen

Je kan niet altijd geluk hebben. Zo was die ‘priester’ in het heilige pelgrimsoord Pushkar iets minder oprecht. De opdracht: gooi een bloemetje in het heilige meer. Als het in een contract had gestaan waren dit de kleine lettertjes geweest: zeg een priester na en doe daarna een gulle gift of anders bezorg je je vrienden, familie en andere dierbaren een slecht karma voor de rest van hun leven.

Het is niet dat ik niks voor mijn dierbaren over heb, maar om nou 5001 Roepie (die 1 extra is omdat ronde getallen ongeluk brengen) neer te tellen voor een priester die op een trapje aan het heilige meer zinnen prevelt in de trant van “Pushkaaar, holy plaace, holy laake, Pushkaaar, good donatiooooon”, lijkt me wat teveel van het goede. Dus gaf ik 50 Roepie (nog geen euro). Het gevolg: een paars aanlopende priester die schreeuwt dat je voor dat bedrag nog niet eens het boekje kan kopen waarin alle bedragen worden opgeschreven en dat die karma’s vervloekt zullen worden. Sorry aan iedereen hiervoor.

Toch hebben we voornamelijk leuke gesprekken gevoerd met Indiërs. We dronken chai met Jamin in Jaisalmer. We vroegen hem of hij een plek wist waar ze lékkere koffie hadden (dus geen oploskoffie). Uiteraard wist hij dat en hij nam ons mee naar het hotel van zijn broer. Op de kaart stond alleen oploskoffie, dus bestelden we chai. Jamin schepte op dat hij een Nederlandse vriendin had gehad, maar dat dat zijn ‘little secret’ was en dat zijn familie het niet mocht weten. Hij vertelde dat sommige vrienden van hem al naar Europa waren vertrokken om achter de liefde aan te reizen. De drang om te ontsnappen is groot bij jonge Indiërs. Niet zo gek, als je je bedenkt dat meer dan 90 procent van hen nog steeds wordt uitgehuwelijkt.

Ook met Raj, onze gids tijdens de kamelensafari door de Tharwoestijn, spraken we over hoe het is om vast te zitten aan ouderwetse tradities. Als enige jongen in de familie moet hij keihard werken voor de bruidsschat van zijn zes zussen. Al zijn geld gaat naar zijn familie. Zelf heeft hij niks nodig: hij slaapt onder de sterren en eet wat de toeristen niet meer hoeven. Zijn droom is om ooit zijn eigen kameel te kunnen kopen en zijn eigen safari’s te organiseren. Kijk, daar heb ik dan wel weer 5001 Roepie voor over.

Filmrecensie ‘Greenberg’

Ben Stiller in de hoofdrol, Los Angeles als ‘plaats delict’ en een leuke vrouwelijke tegenspeelster. Alle ingrediënten voor een ouderwetse romantische komedie, zou je zeggen. Maar Greenberg is dat allerminst.

Roger Greenberg (Ben Stiller) is een zuurpruim. Hij is veertig, woont in New York, komt vers uit het gesticht en is het doel in zijn leven volledig kwijt. Op het moment doet hij ‘even helemaal niets’, en vertrekt voor een aantal weken naar Los Angeles om op het huis en de hond van zijn succesvollere broer Philip te passen. Zijn broer laat zijn 25-jarige assistente Florence (Grete Gerwich) achter om Roger te helpen. Florence is naïef maar sympathiek en op zoek naar liefde. Niet geheel onverwacht bloeit dan ook iets op tussen Roger en Florence, maar regisseur Noah Baumbach (The Squid and the Wale, Margot at the Wedding) weet de typische ‘romkom’-clichés op afstand te houden. Zo zijn we binnen tien minuten al getuige van een van de meest onhandige seksscenes sinds jaren.

Stiller als anti-held

Voor de kijker is het een zware taak om je te identificeren met het hoofdpersonage, maar als je Greenberg vergelijkt met vorige films van Baumbach kun je concluderen dat dit een belangrijk kenmerk van de regisseur is. Ook in zijn vorige films stonden zwaarmoedige karakters centraal. Dit keer is het dus Roger, die is blijven steken in het verleden, toen hij nog in LA woonde, in een rockband zat en vrienden had. De werkelijkheid is dat hij zijn band uit elkaar heeft laten vallen omdat hij geen platencontract wilde tekenen, naar New York is verhuisd en daar bijklust als timmerman. Hij staart zich blind op onbelangrijke dingen als het balsemen van zijn lippen en het schrijven van klachten naar de vliegtuigmaatschappij. Een ondankbare anti-heldenrol voor Stiller dus, maar het gaat hem behoorlijk goed af. Hij laat daarmee zien dat hij meer kan dan alleen de lolbroek uithangen, iets wat onder andere collega Jim Carey al deed in Eternal Sunshine of the Spotless Mind.

Muziek en Florence houden de film overeind

Door de moeizame relatie tussen Greenberg en de kijker, wordt de film dan ook deels gedragen door de muziek. De soundtrack bestaat deels uit nummers van James Murphy, oprichter van LCD Soundsystem en Death From Above en is buiten de film ook meer dan de moeite waard om te beluisteren. Ook het personage van Florence probeert met haar luchtige kijk op het leven de balans in de film te bewaren. Toch komt de film traag op gang. Pas de laatste tien minuten maakt Greenberg de ontwikkelingen door die je als kijker wilt zien. Hij laat zich, wel onder invloed van de nodige drugs, dan eindelijk van zijn menselijke kant zien en ziet in dat Florence toch meer voor hem betekent dan hij dacht. Toch nog een typisch ‘romkom’-cliché?

> Lees dit artikel ook op SAPsite