Archive for the 'Recensie' Category

Kamperen was nog nooit zo leuk | Happy Camper

Haringen die de grond niet in willen, dagenlang regen en kou, een lek luchtbed. Heb je een hekel aan kamperen? Probeer dan eens Happy Camper. Vrolijkheid gegarandeerd.

Job Roggeveen, toetsenist bij El Pino & The Volunteers en geestelijk vader van Happy Camper, lijkt het haast niet te kunnen geloven. Een uitverkocht Tivoli de Helling staat popelend te wachten op de show. Zíjn show, want als hij niet alle liedjes had geschreven, daar elf Nederlandse zangers- en zangeressen bij had gezocht en de vertederende yeti genaamd Manfred had bedacht, had deze magische avond nooit plaatsgevonden.

Muziek en animatie
Het idee voor een album vol popliedjes met warme, vrolijke, aanstekelijke (film)muziek kwam drie jaar geleden in Roggeveen op. En aangezien hij zelf ook een animatiestudio heeft, moest er ook goed nagedacht worden over de visuele kant van het verhaal.

Elftal zangers & zangeressen
De liedjes waren af, nu nog elf artiesten en een yeti en Happy Camper was born. Een deel van de zangers komt net als Roggeveen uit huize Excelsior (Marien Dorleijn van Moss, Tim Knol, zijn collega’s Appel en David Pino), maar ook Janne Schra, Blaudzun, Leine, Odilo Girod, Ricky Koole, Helge Slikker en Bauke Zoete van The Kevin Costners zijn van de partij. Elf namen waar Roggeveen zichtbaar blij mee is. Andersom is dit elftal net zo blij met Happy Camper. De sfeer is dan ook uiterst collegiaal: Job krijgt alle credits en elke zanger kondigt lovend de volgende aan.

Heeft iemand een huis voor mij?
Door de afwisselende bezetting wordt de revue nooit saai. Er worden grapjes gemaakt (Janne Schra doet even een oproepje voor een woning in Utrecht, er komt spontaan een aanbod uit de zaal), de sfeer is haast huiselijk. Uiteraard zijn er een paar artiesten die er echt uitspringen, waaronder de bescheiden maar groovy Janne Schra, de swingende Bauke Zoete en emotievolle Blaudzun. Tim Knol kon helaas niet naar de camping komen en werd vervangen door Case Mayfield, die ook het voorprogramma verzorgde. Het publiek lijkt het niet te deren, Case wordt met luid applaus onthaald en als klarinettist Edward Capel aan het einde van het nummer even zijn moment pakt kan ook hij op luid gejoel rekenen.

Badmintonheld Manfred
In het lijstje met uitblinkers mag Manfred natuurlijk ook niet ontbreken. De yeti weet de zaal halverwege de show met een hilarisch campingtafereel te animeren. De spanning wordt perfect opgevoerd door live piano-ondersteuning van Roggeveen, die aan het eind van de avond als toegift ook nog zelf een nummer zingt onder het mom “iedereen zingt mijn liedjes, dan zing ik er zelf ook een”.
De avond wordt afgesloten met een diepe gezamenlijke buiging, zoals dat vroeger ook ging als je de schoolmusical had gespeeld. Een welverdiend applaus klinkt. Happy Camper is het warme zonnetje na een nacht rillen in je tentje. De haring die zo de grond in glijdt. Een nieuw record bij een potje badminton.

Happy Camper speelde vrijdag 20 mei in Tivoli de Helling

Wil je Roggeveen en cornuiten zelf ook een keer live zien? Dat kan! Op zondagmiddag 7 augustus geven ze een gratis concert in het Vondelpark en op 21 augustus spelen ze op Lowlands.

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Jamaica | Goedgemutst

Catchy electro-pop. Zo laat het geluid van duo Jamaica zich volgens Tivoli het beste omschrijven. Vorig jaar brachten de twee Fransozen hun debuutalbum uit met hulp van leden van Justice en Daft Punk. Dat moet een feestje worden, toch?

(c) Anne Verheul

Een internationaal getinte avond staat op het program in Tivoli de Helling. Eerst een tripje door de Benelux en later op de avond lekker swingen op Jamaica. Het voorprogramma brengt het publiek al goed in de stemming. De frontman lijkt besloten te hebben alles te geven die avond, iets wat de zaal wel kan waarderen. Hier en daar gaan de heupjes heen en weer en knikken hoofden mee. Of komt dat door de bas die zo hard staat dat je hele lichaam vanzelf meetrilt?

Na een aardig applaus wenst Benelux ons veel plezier met Jamaica. No problem, moet lukken! De cd staat vol vrolijke deuntjes, die zelfs op een doordeweekse dinsdagavond de voetjes van de vloer zouden moeten krijgen. De twee heren uit Parijs trappen af met ‘Cross The Fader’. Hoezo electro? Dit is gewoon rock, er komt geen synthesizer of drumcomputer aan te pas. Een gitaar, bas en een drumstel: meer heeft een simpel rockbandje niet nodig. En het publiek ook niet, ook al beginnen de nummers na verloop van tijd een beetje op elkaar te lijken.

(c) Anne Verheul

De gebeurtenissen op het podium houden de show ook niet echt spannend. Gelukkig maakt de vrolijke bui van zanger Antoine en bassist Florent veel goed, net als de welgemeende ‘dankjewel’ tussen de nummers door. Maar dan opeens als ze ‘Short and Entertaining’, één van de laatste nummers, inzetten gaat het los. Het publiek ontlaadt, iedereen die stond te popelen om een pit te bouwen gaat uit zijn dak. Dat gaat door tot ze de hit ‘I Think I Like U 2’ hebben gespeeld. Antoine vertrouwt zijn gitaar zelfs toe aan ene Vincent, die uit het publiek wordt getrokken om de akkoorden aan te slaan.

De laatste bruisende tien minuten maken veel goed en laten het publiek met een opgewekt gevoel achter. Helaas hebben de heren slechts één album en als je toch een toegift wilt spelen, moet je creatief zijn. “Jullie mogen kiezen. Of we spelen een cover, of we spelen nog een keer I Think I Like U 2”, zegt Antoine. Het wordt de cover. De eerste tonen van ‘Come As You Are’ worden aangeslagen, maar ze komen tot inkeer. “We zijn geen coverband!” De akkoorden gaan over in het vrolijke begin van optie B. Grapjassen. Ja, I think I like Jamaica.

(c) Anne Verheul

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Krach | Elektrorocken in je witte hemd

Vorig jaar veranderde With Ice hun bandnaam in Krach (www.derkrach.nl). Et voilá: ze werden Serious Talent, mochten spelen in De Wereld Draait Door en speelden twee keer opEurosonic Noorderslag. Om over de release van hun kersverse titelloze debuut nog maar te zwijgen. Om de plaat wat ‘krach’ bij te zetten, maken de vijf mannen een tour door Nederland en belandden ook in EKKO.

Ondanks de uitgebreide aandacht die de band op 3fm heeft gekregen, is de show niet uitverkocht. Eigenlijk onterecht, want je krijgt waar voor je geld. Ten eerste omdat je naast Krach ook nog Bombay Show Pig (ook in wit hemd!) als voorprogramma en Die Lui als ‘toegift’ krijgt. Maar vooral omdat Krach er zelf een feestje van maakt.

In uniform bestijgen de heren het podium en zetten de eerste tonen van ‘Hunger’ in. Een aanvankelijk rustig nummer dat uitmondt in een flinke portie elektrorock. De toon is gezet. Na een paar nummers, waaronder de hits ‘Do The Wave Now’ en ‘So I Do A Little Dance’, is het publiek flink opgewarmd en Krach begint er zelf ook van te zweten. De uniformen gaan uit en de set wordt vervolgd in witte hemden en bretels.

De combi van synthesizer, twee gitaren, bas, drums en de brulstem van Reinier van den Haak maakt dat de zaal haast te klein voelt. De sound zweeft ergens tussen de vette elektrobeats van Soulwax en de zware rock van De Staat (niet zo raar als je hulp hebt gehad van Torre Florim), met af en toe een vleugje stonerrock. De zaal geniet, er wordt gedanst en de ogen van de bandleden twinkelen. Ze hebben bewezen dat de fijne sound op het album live nog beter tot zijn recht komt.

Is het de goede sfeer of inmiddels een gewoonte? Bij het laatste nummer waagt Reinier bewapend met megafoon in elk geval een sprong in het publiek. De fanbase blijkt nog net iets te klein, want iedereen stapt netjes opzij. De zanger baant zijn weg door de zaal en als hij even later achterin op de bar staat, volgt een ongemakkelijke situatie: waar moet je kijken? Overal gebeurt wat.

De laatste tonen, die dankzij toetsenist David Hoogerheide inmiddels meer klinken als elektro dan rock, gaan vloeiend over in de dj-set van Die Lui. Speciaal door de band meegenomen om het publiek niet in stilte achter te laten. Stukje totaalervaring. En dat is de kracht van Krach.

> Lees dit artikel ook op Sapsite

Filmrecensie ‘Greenberg’

Ben Stiller in de hoofdrol, Los Angeles als ‘plaats delict’ en een leuke vrouwelijke tegenspeelster. Alle ingrediënten voor een ouderwetse romantische komedie, zou je zeggen. Maar Greenberg is dat allerminst.

Roger Greenberg (Ben Stiller) is een zuurpruim. Hij is veertig, woont in New York, komt vers uit het gesticht en is het doel in zijn leven volledig kwijt. Op het moment doet hij ‘even helemaal niets’, en vertrekt voor een aantal weken naar Los Angeles om op het huis en de hond van zijn succesvollere broer Philip te passen. Zijn broer laat zijn 25-jarige assistente Florence (Grete Gerwich) achter om Roger te helpen. Florence is naïef maar sympathiek en op zoek naar liefde. Niet geheel onverwacht bloeit dan ook iets op tussen Roger en Florence, maar regisseur Noah Baumbach (The Squid and the Wale, Margot at the Wedding) weet de typische ‘romkom’-clichés op afstand te houden. Zo zijn we binnen tien minuten al getuige van een van de meest onhandige seksscenes sinds jaren.

Stiller als anti-held

Voor de kijker is het een zware taak om je te identificeren met het hoofdpersonage, maar als je Greenberg vergelijkt met vorige films van Baumbach kun je concluderen dat dit een belangrijk kenmerk van de regisseur is. Ook in zijn vorige films stonden zwaarmoedige karakters centraal. Dit keer is het dus Roger, die is blijven steken in het verleden, toen hij nog in LA woonde, in een rockband zat en vrienden had. De werkelijkheid is dat hij zijn band uit elkaar heeft laten vallen omdat hij geen platencontract wilde tekenen, naar New York is verhuisd en daar bijklust als timmerman. Hij staart zich blind op onbelangrijke dingen als het balsemen van zijn lippen en het schrijven van klachten naar de vliegtuigmaatschappij. Een ondankbare anti-heldenrol voor Stiller dus, maar het gaat hem behoorlijk goed af. Hij laat daarmee zien dat hij meer kan dan alleen de lolbroek uithangen, iets wat onder andere collega Jim Carey al deed in Eternal Sunshine of the Spotless Mind.

Muziek en Florence houden de film overeind

Door de moeizame relatie tussen Greenberg en de kijker, wordt de film dan ook deels gedragen door de muziek. De soundtrack bestaat deels uit nummers van James Murphy, oprichter van LCD Soundsystem en Death From Above en is buiten de film ook meer dan de moeite waard om te beluisteren. Ook het personage van Florence probeert met haar luchtige kijk op het leven de balans in de film te bewaren. Toch komt de film traag op gang. Pas de laatste tien minuten maakt Greenberg de ontwikkelingen door die je als kijker wilt zien. Hij laat zich, wel onder invloed van de nodige drugs, dan eindelijk van zijn menselijke kant zien en ziet in dat Florence toch meer voor hem betekent dan hij dacht. Toch nog een typisch ‘romkom’-cliché?

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Gluurtheater

Op Festival aan de Werf kan je een uur lang cultureel verantwoord aapjes kijken tijdens de prettig verwarrende locatievoorstelling RUMOR.

Voor iedereen met voyeuristische trekjes is RUMOR de ideale voorstelling. Samen met zo’n veertig anderen heb je vanachter de glazen pui op de eerste verdieping van het Beatrixtheater exclusief uitzicht op het Jaarbeursplein. Een grote koptelefoon geeft je een uur lang toegang tot de hersenspinsels, problemen en analyses die zich in de hoofden van de acht personages (gespeeld door theatergroep Dox) afspelen. De hilarische spontane reacties van toevallige passanten krijg je er gratis bij.

Oostenrijk
De locatievoorstelling RUMOR ging vorig jaar al in première in de Oostenrijkse stad Linz. Het feit dat een van de spelers een vrouw uit Wenen speelt, lijkt een knipoog naar de roots van deze locatievoorstelling. Een zwerver, Afrikaan, een groepje hangjongeren en een meisje dat alles wat op straat gebeurt probeert te verklaren, maken de spelersgroep compleet. In eerste instantie lijken de losse verhaallijnen die ze om en om vertellen niets met elkaar te maken te hebben, tot een van de spelers beroofd wordt en iedereen opeens toch met elkaar in contact komt.

Connectie
RUMOR is de derde voorstelling van theatermaakster Giselle Vegter, die verbonden is aan Het Lab. Eerder maakte ze Otterstraat 66 en Ragnarok. Ze wil theater op een andere manier brengen. “Vaak als ik een theaterstuk zie, heeft het geen connectie met het echte leven. Ik wil liever theater maken dat deze connectie wel heeft”, vertelt ze in een interview. Omdat er voor de vorm van locatietheater is gekozen en acteurs en toevallige voorbijgangers door elkaar lopen, komt de voorstelling dichterbij de kijker te staan. Je vraagt je vaak af wat jij in bepaalde situaties zou doen. Want je had natuurlijk zelf net zo goed op dat moment over het Jaarbeursplein kunnen lopen zonder dat je wist dat je het levende decor van een toneelstuk was.

Echt of nep
RUMOR heeft de connectie met de realiteit dus zeker, zelfs zo sterk dat je af en toe niet weet of dat wat gebeurd echt of nep is. Natuurlijk heb je wel door wie de spelers zijn en wie de passanten, maar de reacties van voorbijgangers zijn soms te goed om waar te zijn. Het gevolg is dat je lichtelijk verward achterblijft na afloop van de voorstelling, weliswaar op een prettige manier.

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Jon Allen = net als vroeger

Voor je hedendaagse portie oldskool rock a la The Eagles hoef je heus geen oude stoffige plaat uit de kast te trekken. Jon Allen is hier om je moderne oor te pleasen met zijn rauwe geluid.

Links en rechts staan bezoekers die je vader en moeder hadden kunnen zijn. Voor en achter mensen van in de twintig en helemaal vooraan (zo blijkt na afloop van het concert) zelfs kinderen. Het is duidelijk; Jon Allen is voor alle leeftijden.

Hoog 70s gehalte
Het geluid van Allen ligt dan ook goed in het gehoor. Zijn stem is ietwat schor, zijn melodietjes soms vrolijk, soms droevig en af en toe pakt hij er een elektrische gitaar bij voor net dat beetje extra. En live blijkt nog meer waarom de vijftigplussers deze avond ruimschoots aanwezig zijn: Jon Allen klinkt als The Eagles, heeft de stem van Rod Steward en de looks van een Beatle.

Onzeker
De goedgemutste Engelsman bracht vorig jaar zijn eerste album ‘Dead Mans Suit’ uit. Het kostte hem tien jaar om de nummers voor het album te schrijven, naar eigen zeggen omdat hij erg onzeker is over zijn schrijverskwaliteiten. Hij studeerde af aan de ‘Liverpool Institute of Performing Arts’, mede opgericht door oud-Beatle Paul McCartney. McCartney sprak hem moed in en gaf de complimenten die Allen nodig had om die laatste stap naar het echte succes te durven zetten.

Sympathiek
Deze avond komen alle twaalf nummers van het album voorbij, plus een paar extraatjes (een nieuw nummer en een paar tracks die niet op het album staan). Tussendoor houdt hij het publiek bij de les met een paar droge grapjes. Sympathiek is het juiste woord voor deze linkshandige singer-songwriter.

Andermans geluid
Tot zover scoort Jon een dikke 8. Maar toch is er iets dat het cijfer een puntje omlaag trekt. Jon heeft namelijk niet echt een eigen geluid. Zo doet de zangmelodie in ‘Happy Now’ ergens aan ‘Living On My own’ van Freddy Mercury denken en waan je je tijdens ‘Down By The River’ bij een concert van The Eagles. Echt origineel is Jon dus niet, maar hij komt er aardig mee weg. Het “ouwelullenrock-gehalte” wordt gecompenseerd door de kippenvelmomentjes tijdens ‘Sleeping Soul’ en ‘Going Home’.

Hopelijk hoeven we niet tien jaar te wachten op het volgende album.

Jon Allen speelde 2 april in Tivoli de Helling

> Lees dit artikel ook op SAPsite

De gevoelige snaar van Fink

Fink houdt van Nederland en wij houden van Fink. Want wie zou ons anders moeten verblijden met een warme, donkere stem en mooie, ietwat rauwe gitaarliedjes.

De kruk staat klaar, de gitaren staan klaar, het drumstel staat er glanzend bij. Een uitverkocht Tivoli de Helling wacht in spanning op Fin Greenall, alias Fink. Als hij live net zo betoverend is als op zijn albums, belooft het een mooie avond te worden. Tijdens supportact Awkward i  en het ombouwen daarna wisselt het publiek nog even uitgebreid de laatste nieuwtjes uit, maar zodra de Britse singer-songwriter het podium betreedt is het zo stil dat je een bierglas kan horen vallen.

Opwarmertje
‘Eerst een liedje om op te warmen’, zegt Fink. Hij en drummer Tim Thornton gaan er goed voor zitten en ze zetten Maker in. Een rustig nummer, maar na het eerste nummer wordt de kruk naar achteren geschoven en dan komt ook bassist Guy Whittaker het podium op. Het is duidelijk dat de drie bebaarde mannen het naar hun zin hebben op het podium. ‘Wie wil er nou geen baan waarbij je kan drinken en blowen onder werktijd, grapt Fink.

Zijn wedergeboorte als singer-songwriter
Fink heeft een verleden als dj en producer, en dat is in een aantal nummers duidelijk hoorbaar door het gebruik van breakbeats. Tot vijf jaar geleden was gitaarspelen alleen een hobby voor Greenall, maar plots kreeg hij een artistieke wedergeboorte en besloot zich op het singer-songwriterschap te storten. De eerste in zijn soort bij het label Ninja Tune. Een goede keus, want als je zo makkelijk het ritme kan trommelen op je klankkast en tegelijkertijd Pretty Little Thing kan tokkelen kan je wel stellen dat hij de skills heeft. Dankzij de triphop-achtige klanken hebben sommige nummers als Blueberry Pancaces en Make it Good wel iets weg van Massive Attack. Misschien een graantje meegepikt toen hij als supportact met ze op tournee was.

Het optreden in De Helling was de eerste van een drietal optredens in Nederland. Donderdag stond hij in Groningen en vrijdag in Deventer. Als je de beste man nog live wil zien dit jaar kan je in april naar Motel Mozaique in Rotterdam of naar Het Patronaat in Haarlem. Daarna gaat hij er even tussenuit om op creatieve krachten te komen en aan een nieuw album te werken.

Een optreden bezoeken is zeker de moeite waard, want de volle anderhalf uur lang blijft Fink boeien. Na afloop zindert de zaal nog even na. Het is duidelijk: Utrecht was blij dat ze erbij was. En Fink was blij dat hij in Utrecht was.

Fink stond op 10 februari 2010 in Tivoli de Helling

> Lees dit artikel ook op SAPsite

Filmrecensie ‘Where the Wild Things are’

Max is negen jaar en voelt zich niet gelukkig thuis. Hij heeft geen vriendjes, zijn zus laat zomaar haar vrienden zijn iglo slopen en zijn moeder stuurt hem zonder eten naar bed. Had hij het maar voor het zeggen…

Iedereen die het gelijknamige boek Where the Wild Things are uit 1963 van Maurice Sendak kent, weet wat er gaat komen. Max loopt weg en zeilt in zijn uppie naar een eiland. Dat eiland wordt bewoond door een groepje ongelukkige monsters die twijfelen of ze hem moeten verslinden of niet. Als Max vertelt dat hij koning is geweest, zien de beesten hun kans. Ze kronen hem tot hun opperhoofd. Aan Max de taak om de monsters weer dichter bij elkaar te brengen.

wildthings_art_01

Vrijheid
Het boek uit de jaren ’60 telt niet meer dan tien zinnen. En dat gaf regisseur Spike Jonze (Adaptation, Being John Malkovich en bedenker van Jackass) zowel vrijheid als een zware opgave. Maar, zo zegt hij in de Filmkrant: ‘Toen ik ontdekte dat de Wild Things eigenlijk gedachten en gevoelens zijn, wist ik hoe ik de film moest maken.’

Artistiek verantwoord
Where the Wild Things are kreeg automatisch het stempel ‘jeugdfilm’, want het boek was destijds ook voor kinderen bedoeld. De film is geproduceerd door Warner Bros, bekend van jeugdfilms als Harry Potter en Pokémon. Even was er de angst dat Wild Things niet uit de kosten zou komen omdat het publiek zoiets artistieks niet zou kunnen waarderen. Maar niets is minder waar en van alle kanten wordt Jonze geprezen om zijn subtiele kunstwerk. De monsters zijn gemaakt door Jim Henson’s Creature Shop, de man achter de Muppets en Sesamstraat. Ze zijn groot en, toegegeven, niet overdreven aaibaar, maar hebben toch een menselijke uitstraling dankzij hun gezichtsexpressie en goed bijpassende stemmen.

wildthings_art_02

De film is een versmelting van fantasie en werkelijkheid en kent subtiele overgangen van wilde ren- en vechtscènes naar rustige stukken met meer diepgang. De shots hebben een prachtige compositie en de cameravoering (handheld en schokkerig) geeft goed weer hoe chaotisch het er in het fantasierijke hoofd van Max aan toe gaat. Toch is het einde niet heel bevredigend, want is het Max nou wel of niet gelukt om de monsters gelukkiger te maken?

De soundtrack van de film werd overigens opgenomen door Karen O., zangeres van de Yeah, Yeah, Yeahs en ex-vriendin van Spike Jonze.

> Lees dit artikel ook op SAPsite