Zoek je een freelance redacteur, tekstschrijver of copywriter?
De Journalistiekfabriek produceert tekst op maat.

‘Bloemetjesjurk’ gepubliceerd in bundel met reisverhalen

City2Cities

Van 20 tot en met 28 april werd in Utrecht het internationale literatuurfestival City2Cities georganiseerd, inclusief een schrijfwedstrijd. De opdracht: schrijf in maximaal 700 woorden het meest grappige, ontroerende, indrukwekkendste of mooiste reisverhaal. Mijn korte verhaal ‘bloemetjesjurk’ werd samen met 29 andere verhalen genomineerd uit enkele honderden inzendingen. In de bundel ‘Ik zoek een reisgenoot’ zijn alle dertig verhalen opgenomen. 

 

Bloemetjesjurk

Daar zit ik dan. In de bus die me naar Bangalore zou brengen. We zijn zeven uur onderweg en hadden er al een uur kunnen zijn, maar naar een oud Indiaas gebruik staan we stil. De motor heeft het begeven en de airconditioning dus ook. Het is warm, 35 graden. En dan heb ik het over de temperatuur buiten. In de deuropening voeren drie Indiase buspassagiers een driftige discussie met de chauffeur, die met een sigaret in zijn mondhoek rustig onder de motorkap van de bus zit te prutsen. Het verkeer raast rakelings langs hem heen. Uitstappen kan niet. We staan op een kronkelige bergweg met aan de ene kant een bebost ravijn dat begint zodra de bus eindigt en aan de andere kant een stuk weg waar continu riksja’s, brommers en bussen toeterend naar beneden slingeren. Ik heb besloten dat ik op dit moment beter kan waarderen wat ik wel heb en prijs mezelf gelukkig met mijn plek aan de rechterkant van de bus. Hoef ik tenminste niet de hele tijd de afgrond in te kijken. Aan de overkant van de weg zie ik iets wat lijkt op een dorpje. Een samenstelling van houten hutjes, stenen huisjes, een berg smeulend afval en een stuk landbouwgrond waar Indiase vrouwtjes druk aan het werk zijn. Hoe houden ze dat toch vol in deze hitte? Mijn hoofd bonkt, ik heb dorst. Mijn gedachten slaan op hol. Wat als de chauffeur die motor niet meer aan de praat krijgt? Wat als er een vrachtwagen tegen ons aan botst en we het ravijn in kieperen? Moet ik al plassen? Nee, niet aan denken.
Als ik mijn koptelefoon op zet, zie ik uit één van de hutjes een vrouw met een baby op haar arm naar buiten lopen. Ze heeft een bloemetjesjurkje aan. Precies het jurkje dat ik vijf jaar geleden ergens in Nederland kocht en precies het jurkje dat ik vorig jaar, na een waardig afscheidsritueel, in de kledingbak heb gegooid. Vier prachtige zomers hebben we samen beleefd, hoog tijd dat iemand anders er nog een lang en gelukkig leven mee zou mogen leiden. Maar zíj zou toch niet mijn… Precies op dat moment kijkt ze naar de kapotte bus en ziet mij achter de ruit zitten. Waarschijnlijk kijk ik zo verbaasd vanwege de plotselinge hereniging met mijn oude gebloemde zomerliefde, dat ze lachend het armpje van haar baby vastpakt, hem in de lucht steekt en het handje zachtjes heen en weer zwaait. Als de baby weigert mee te werken, begint ze zelf maar hartstochtelijk naar me te zwaaien. Ik steek ongemakkelijk mijn hand op zwaai terug. Na een gevoelsmatige tien minuten wend ik mijn blik af en ga met mijn hoofd tegen het raam muziek luisteren. Laat maar zwaaien. In mijn ooghoek zie ik dat de buschauffeur het trappetje op komt stampen, achter het stuur gaat zitten en zijn sleuteltje in het contact steekt. Door mijn muziek heen hoor ik de dappere startpoging van de motor. Het is niet genoeg. Schreeuwend stampt de chauffeur het trappetje weer af. De bemoeierige buspassagiers zijn allang afgedropen en zitten weer op hun plek. Concentreer je op de muziek, spreek ik mezelf toe. Het is niet te warm, je hebt geen dorst.
En dan zie ik de vrouw met de baby opeens aan de rand van de weg staan. Ze staart naar me. Als ze ziet dat ik haar zie, lichten haar ogen op en wijst ze wild gebarend naar haar jurk. Doe normaal. Ze kan niet weten dat dat mijn jurkje is. Of was. Of niet eens van mij is geweest. Wanneer ze aanstalten maakt om over te steken, word ik zenuwachtig. Waarom moet ze mij nou weer hebben? Ze komt op me af, de baby pruttelt en begint hard te huilen. Met gevaar voor eigen leven rent ze de weg over en even later springt ze de bus in, zo wild dat de bus ervan schudt.
De baby is gestopt met huilen. Ze bromt iets in het Hindi en knijpt hard in mijn wang. Ik duw de hand weg en schrik op. Het is de buschauffeur. We zijn in Bangalore.

Leave a Reply

*