Zoek je een freelance redacteur, tekstschrijver of copywriter?
De Journalistiekfabriek produceert tekst op maat.

De toppers

iPhone2012-373-210x210

Het is 1 uur ’s nachts en de wekker gaat. Terwijl we ons half slaapwandelend afvragen waarom we dit ook alweer wilden, trekken we onze vulkaanbeklimkleren aan, die we de avond ervoor uit de krochten van onze backpack hebben gediept. Behalve dat we op het punt staan om in het pikkedonker naar de top van de Gunung Agung op 3142 meter hoog te klimmen, weten we niet echt wat we de komende nacht kunnen verwachten.

Een half uur later ontmoeten we onze (volgens het hotel ‘zeer ervaren’) gids Nyoman; een mannetje van anderhalve meter hoog, die de vorige avond iets met veel knoflook heeft gegeten. Hij verontschuldigt zich alvast voor zijn Engels, dat hij nauwelijks spreekt. Ik ga er voor mijn eigen veiligheid dan ook maar vanuit dat hij mijn vraag hoe vaak hij de vulkaan al heeft beklommen verkeerd heeft verstaan, als hij zegt dat dit zijn vierde keer wordt.

Gelukkig heeft hij wel een lamp voor ons, zodat we in het donker nog een beetje kunnen zien waar we moeten klimmen. We stappen in de auto en een uur later staan we voor een tempel, die al op 1500 meter hoogte ligt. Vanaf hier is het 4 uur naar de top, maar eerst moet Nyoman nog een offer brengen voor een goede tocht zonder boze geesten. Goed plan.

Het grote voordeel van ’s nachts een vulkaan beklimmen (en eigenlijk elk ander object dat enige inspanning vereist), is dat de zon niet keihard op je hoofd staat te fikken. De klim gaat dan ook eigenlijk best prima, nadat ons lichaam eenmaal uit de slaapstand in de klimstand is gesprongen. Als ware berggeiten passeren we de boomgrens en wolkengrens, tot we bij het stuk komen dat veel wegheeft van een maanlandschap. Nyoman blijkt trouwens heel sympathiek en stelt allerlei vragen over Nederland, zoals of we ook bergen, rijst en apen hebben en of boven de wolken klimmen een beetje lijkt op in een vliegtuig zitten.

Na een uur gestold lava trotseren in het schijnsel van een zaklamp, komt de top in zicht. Aan de horizon begint al een geel streepje licht zichtbaar te worden; hopelijk zijn we nog op tijd voor de zonsopkomst (de hele essentie van deze klim). Het uitzicht wordt steeds mooier, in de verte zien we zelfs Lombok liggen en de Rinjani vulkaan. Langzaam komt er kleur in het landschap.

En dan opeens staan we oog in oog met de krater: een diepe vallei met in het midden één verdwaald naaldboompje. (Ik weet eigenlijk ook niet waarom ik een kolkende lavamassa had verwacht.) We zoeken een plekje uit de wind om naar de zonsopkomst te kijken, die onze verkleumde vingers snel doet vergeten. De schaduw van de vulkaan tekent zich duidelijk af op het groene Bali achter ons (en Nyoman heeft er een nieuw Engels woord bij: ‘shadow’, wat hij uitspreekt als zzzzjedo).

Een half uur later prijkt de zon aan de hemel en na een offer van Nyoman bij het hoogste altaartje van Bali, kunnen we beginnen aan de terugtocht. (Met zijn ervaring zat het volgens mij wel snor, aangezien hij de hele tocht op anderhalve schoen en zonder een druppel water te drinken heeft volbracht.) De weg naar beneden is beduidend zwaarder, en om half elf staan we weer bij de tempel en brengt Nyoman zijn laatste offer. Volgens mij is hij de spierpijngeesten vergeten gunstig te stellen.

 

> Meer reisblogs en vakantiekiekjes op liesbethsander.nl

Leave a Reply

*